Rasverhoudingen in een nieuw tijdperk

Rasverhoudingen in een nieuw tijdperk

Professor in de psychologie John Dovidio van de Universiteit van Yale, PhD, heeft onderzoek gedaan naar sociale macht en sociale verhoudingen tussen groepen en individuen. In zijn gerenommeerde werk onderzoekt hij zowel bewuste (expliciete) als onbewuste (impliciete) invloeden op hoe mensen denken over, voelen voor en zich gedragen ten opzichte van anderen op basis van hun groepslidmaatschap. Hij is ook bekend om zijn onderzoek naar “aversief racisme”, een hedendaagse subtiele vorm van vooroordelen, en naar technieken om bewuste en onbewuste vooroordelen te verminderen.

APA interviewde Dovidio onlangs over rassenverhoudingen in het Amerika van vandaag.

Nu het land zijn eerste Afro-Amerikaanse president heeft gekozen, zijn de rassenverhoudingen en de houding in dit land veranderd?

De verkiezing van president Barack Obama is het resultaat van een algemene, gestage afname van raciale vooroordelen in de loop der tijd, gekoppeld aan Obama’s inspanningen in zijn campagne om het ras te overstijgen op een manier die de effecten van traditionele stereotypen en racisme die mogelijk op hem waren gericht, minimaliseerde. De houding ten opzichte van Obama is veranderd omdat mensen hem hebben leren zien als een uitzonderlijk persoon in een uitzonderlijke periode. Zijn verkiezing heeft de potentie om vooroordelen op dramatische, ongekende wijze te verminderen.

Desalniettemin zal de houding ten opzichte van zwarten als geheel niet van de ene op de andere dag veranderen, alleen maar omdat er een zwarte president is gekozen. Attitudes, met name raciale vooroordelen, die een aantal psychologische en materiële functies vervullen, hebben vaak een basiskern die resistent is tegen verandering – maar mensen zijn in staat om nieuwe informatie op te nemen en hun attitudes te veranderen door nieuwe ervaringen. De verkiezing van Obama biedt Amerika unieke en diepgaande nieuwe raciale ervaringen.

Wat zijn de belangrijkste psychologische factoren die raciale attitudes vormen, en hoe diepgeworteld zijn die attitudes? Kunnen mensen met diepgewortelde raciale vooroordelen die houding ooit volledig veranderen?

Attitudes ontwikkelen zich door de opeenstapeling van ervaringen en associaties in de loop van de tijd. Ze zijn inherent functioneel – ze helpen ons ons te oriënteren op anderen en de omgeving op een manier die als gunstig voor ons wordt ervaren. De wereld zou een chaos zijn als we onze houding ten opzichte van mensen en voorwerpen te gemakkelijk zouden veranderen. Daarom evolueren attitudes meestal langzaam, en worden ze in de loop van de tijd vaak complexer en genuanceerder; snelle, grootschalige veranderingen in attitudes komen zelden voor.

Een van de beste manieren om attitudes te veranderen is door contact tussen groepen. Bij attitudes gaat het niet alleen om de manier waarop je over een groep denkt; het gaat er ook om hoe je je over een groep voelt. In Amerika hebben blanken hun mening over racisme sneller kunnen veranderen dan hun diepgewortelde, en vaak onbewuste, gevoelens. De overgrote meerderheid van de blanke Amerikanen weet dat we onbevooroordeeld en egalitair zouden moeten zijn. Maar de emotionele impact, de “onderbuik” impact, die ras op mensen heeft, blijft nog steeds achter. Dus, om de attitudes echt in de kern te veranderen, zijn directe interraciale ervaringen nodig die positief en persoonlijk zijn, en die gevoelens van angst en bezorgdheid vervangen door gevoelens van empathie, verbondenheid en respect voor leden van een andere groep.

De kracht van intergroepscontact om zowel het hart als het verstand van mensen te veranderen, vormt de belofte van Obama’s presidentschap om de rassenverhoudingen op een duurzame manier te verbeteren. Contact tussen groepen hoeft niet onmiddellijk en face-to-face te zijn om de attitudes tussen groepen te verbeteren. Ook “virtueel contact” via de media kan nuttig zijn. Blanke Amerikanen die vroeger weinig interraciale ervaring hadden, zullen nu dagelijks een zwarte man zien. En die zwarte man zal worden gezien als vertegenwoordiger van Amerika en al zijn mensen.

Met de verkiezing van een Afro-Amerikaanse president, is de macht verschoven?

De macht is helemaal niet verschoven. Obama is de uitzondering. Toch kan zijn verkiezing om verschillende redenen een kritische stimulans zijn voor het creëren van een groter machtsevenwicht in de Verenigde Staten op sociaal, economisch en politiek gebied.

Ten eerste heeft hij herhaaldelijk verklaard dat hij de president is voor alle Amerikanen, en dat hij streeft naar eerlijkheid en kansen voor leden van alle groepen. Het creëren van nieuwe en eerlijkere kansen zou vooral ten goede moeten komen aan leden van groepen die, zowel historisch als in hun hedendaagse ervaring, te maken hebben gehad met barrières van racisme.

Ten tweede zal zijn dagelijkse aanwezigheid als leider van de natie helpen stereotypen te ontkrachten en de krachten van vooroordelen te bestrijden op manieren die zullen helpen de vooroordelen te verminderen die zwarten en andere traditioneel achtergestelde groepen hebben belet hun volledige potentieel te bereiken. Hij zal mensen bewuster maken van de willekeur van ras en de rol ervan als barrière voor succes. En ten derde zal zijn verwezenlijking een historische impact hebben op de aspiraties, ambities en uiteindelijke verwezenlijkingen van zwarten en andere gekleurde mensen. Mensen zien de aan- of afwezigheid van leden van hun groep in bepaalde rollen (bv. politieke leiders) en domeinen (bv. bepaalde academische disciplines) als een aanwijzing of zij daar al dan niet thuishoren. Obama’s monumentale prestatie zal leden van ondervertegenwoordigde groepen dus niet alleen een gevoel van hoop geven, maar ook motivatie en een richting om te slagen. De eerste stap naar succes is je voor te stellen dat het mogelijk is; Obama is het model dat het mogelijk is. Zijn verkiezing zal een diepgaand effect hebben op generaties zwarte Amerikanen en, hopelijk, ook op leden van andere traditioneel achtergestelde groepen.

In de meeste sociale situaties wordt openlijk racisme – in de vorm van verbale beledigingen of regelrechte uitsluiting – niet langer getolereerd. Toch zullen weinigen beweren dat Amerikanen niet langer racistisch zijn. Kunt u uw theorieën over “aversief racisme” en de invloed daarvan op interraciale interacties toelichten?

Het raamwerk van aversief racisme suggereert dat een aantal normale processen bijdraagt tot de ontwikkeling van vooroordelen tussen groepen. Over het algemeen zien wij mensen uit “onze” groep positiever dan mensen uit een andere groep. In onze samenleving delen we mensen automatisch in naar ras. Bovendien worden blanken in onze cultuur geassocieerd met positieve eigenschappen (bv. sociale en politieke macht), terwijl de media negatieve associaties met zwarten hebben gekoesterd door hen in verband te brengen met armoede en misdaad. Als gevolg daarvan ontwikkelen de meeste blanke Amerikanen negatievere gevoelens en overtuigingen over zwarten.

Tegelijkertijd zijn we ook opgegroeid in een maatschappij die zegt dat iedereen gelijk is geschapen en die eerlijkheid als kernwaarde heeft. We weten ook dat het niet goed is om bevooroordeeld te zijn.

Hoe worden deze tegenstrijdige krachten met elkaar verzoend? Op een bewust niveau omarmen de meeste blanken deze egalitaire waarden op een zeer oprechte manier. Maar vanwege de fundamentele, vrijwel universele, psychologische processen die tot vooroordelen leiden, koesteren de meeste blanken ook onbewust negatieve gevoelens jegens zwarten. Deze combinatie van het bewust niet bevooroordeeld zijn, maar het onbewust hebben van vooroordelen leidt tot subtiele in plaats van flagrante discriminatie. Aversieve racisten discrimineren doorgaans niet tegen een zwarte persoon in situaties waarin goed en kwaad duidelijk gedefinieerd zijn. Vanwege hun onbewuste negatieve gevoelens en overtuigingen zullen aversieve racisten echter wel discrimineren, maar voornamelijk in situaties waarin goed en kwaad niet duidelijk gedefinieerd zijn of waarin zij een negatieve reactie kunnen rechtvaardigen of rationaliseren op grond van een andere factor dan ras. Zo zal discriminatie die zwarten benadeelt voorkomen, maar op een manier die de ontkenning van raciale motieven mogelijk maakt. Aversieve racisten hebben goede waarden; het probleem is dat zij niet zo goed zijn als zij denken.

Naarmate de demografie van onze natie zich ontwikkelt, zullen “minderheden” spoedig de meerderheid vormen. Welke veranderingen voorziet u in het gedrag van mensen als Amerika “minder blank” wordt?

In termen van demografie kunnen getallen twee verschillende effecten hebben. Als je kijkt naar Zuid-Afrika, waar blanken maar een klein deel van de bevolking uitmaakten, werd apartheid ingevoerd om hun macht en bevoorrechte status te beschermen.

Het veranderen van de demografie, met een grotere vertegenwoordiging van gekleurde mensen, kan echter meer mogelijkheden voor interactie tussen leden van verschillende groepen opleveren. In een werkelijk multiculturele samenleving zal er meer intergroepscontact zijn, contact op jongere leeftijd en meer hechte vriendschappen over groepsgrenzen heen in elke levensfase. Deze ervaringen kunnen het denken over ras veranderen en racisme bij de wortel bestrijden.

Voor mij is de vraag hoe deze demografische veranderingen in termen van sociale ervaringen en beleid zullen worden gestuurd. Hopelijk op een manier die positieve ervaringen tussen groepen oplevert in plaats van meer barrières tussen ons op te werpen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *